Iris stu­deert af op brand­vei­lig­heid in vee­stal­len

 

Goed nieuws van­uit BVAN: Iris is afge­stu­deerd! Met haar afstu­deer­on­der­zoek naar brand­vei­lig­heid in vee­stal­len lever­de ze niet alleen een ster­ke scrip­tie af, maar ook waar­de­vol­le inzich­ten voor de prak­tijk. We spra­ken haar over het pro­ces, de uit­da­gin­gen en wat haar onder­zoek kan bete­ke­nen voor de toe­komst.

Het afstu­de­ren zelf ver­liep goed, ver­telt Iris. Maar dat bete­kent niet dat het van­zelf ging. Ach­ter­af, als ik erop terug­kijk, denk ik: daar ben ik door­heen gevlo­gen. Maar als je er echt in zit, merk je hoe­veel er nog te ont­dek­ken is. Juist die diep­gang maak­te het soms las­tig om focus te hou­den. Het is heel ver­lei­de­lijk om zij­weg­ge­tjes in te slaan. Alles is inte­res­sant. Maar ik heb echt moe­ten vast­hou­den aan mijn plan om niet af te dwa­len.

 

Focus op een ver­ge­ten risi­co­groep

Voor haar scrip­tie dook Iris in de brand­vei­lig­heid van melk­vee­stal­len. Daar­bij maak­te ze een bewus­te keu­ze: niet de nieuw­ste stal­len, maar juist de oude­re. Sinds 1 april 2014 zijn de brand­vei­lig­heids­ei­sen voor vee­stal­len aan­ge­scherpt. Maar die gel­den alleen voor nieuw­bouw.

“Die oude­re stal­len, die voor die datum zijn ver­gund, val­len daar eigen­lijk bui­ten. Toen dacht ik: dat is juist een risi­co­groep.”

In haar onder­zoek ana­ly­seer­de ze de bouw­kun­di­ge opzet, de inrich­ting en de groot­ste brandveiligheidsrisico’s bin­nen deze bestaan­de stal­len. Belang­rijk uit­gangs­punt: De glo­ba­le inrich­ting moet prak­tisch toe­pas­baar zijn.

 

Zoek de com­bi­na­tie

Een van de belang­rijk­ste con­clu­sies uit haar onder­zoek is dat dé oplos­sing niet bestaat. “Het is echt een com­bi­na­tie van maat­re­ge­len die het ver­schil kan maken.

Denk aan bete­re detec­tie in risi­co­ruim­tes, zoals de tech­ni­sche ruim­te waar o.a. de melk­koel­tank staat waar brand vaak ont­staat. Detec­tie ont­breekt vaak in stal­len, omdat de omstan­dig­he­den las­tig zijn: vocht, ammo­ni­ak, stof. Maar juist daar kun je winst beha­len, bij­voor­beeld een sys­teem dat tegen deze omstan­dig­he­den opge­was­sen / bestand is en ver­bon­den is met de smartpho­ne van de boer”

Ook rela­tief klei­ne ingre­pen maken ver­schil, zoals het beter afdich­ten van door­voe­ren of het ver­be­te­ren van bestaan­de brand­schei­din­gen.

 

Meer leren van stal­bran­den

Naast prak­ti­sche maat­re­ge­len doet Iris ook een dui­de­lij­ke oproep: ver­za­mel bete­re data. “Er is nu een Risi­co­mo­ni­tor Stal­bran­den van het Ver­bond van Ver­ze­ke­raars, maar die data / gege­vens over stal­bran­den zijn vrij beperkt Vaak weten we niet pre­cies waar een brand is ont­staan of wat de oor­zaak was.”

Vol­gens haar ligt daar een gro­te kans. Door beter te regi­stre­ren en ana­ly­se­ren, kun­nen patro­nen zicht­baar wor­den en gerich­ter maat­re­ge­len wor­den geno­men.

“Als je weet dat een bepaal­de oor­zaak vaak voor­komt, kun je daar ook echt op stu­ren.”

 

Van tech­niek naar gedrag

Tij­dens haar onder­zoek kwam Iris ook inte­res­san­te zij­rich­tin­gen tegen, zoals sprink­ler- en water­mist­sys­te­men die in het bui­ten­land al wor­den toe­ge­past. In Neder­land blij­ken die nog las­tig te imple­men­te­ren. Maar mis­schien nog inte­res­san­ter is de men­se­lij­ke fac­tor.

“Good hou­se­kee­ping speelt een enor­me rol. Als een stal net­jes en opge­ruimd is, is de kans op brand gewoon klei­ner. Denk aan: goed over­zicht in de stal, gestruc­tu­reerd onder­houd aan werk­tui­gen en machi­nes (het evt ver­van­gen van ver­ou­der­de appa­ra­tuur), peri­o­die­ke keu­rin­gen van (elek­tri­sche instal­la­ties en appa­ra­tuur.) Elek­tri­sche appa­ra­ten (wat ont­ste­kings­ri­si­co kan vor­men) niet rond laten slin­ge­ren in de stal of in een slecht afge­slo­ten werk­plaats nabij de stal laten lig­gen.”

Ze ziet zelfs kan­sen voor ver­volg­on­der­zoek naar gedrag:

Hoe wer­ken vee­hou­ders?
Ver­schil­len ze per sec­tor?
En hoe beïn­vloedt dat de brand­vei­lig­heid?”

 

En nu? Eerst de prak­tijk in

Hoe­wel Iris over­woog om direct door te stu­de­ren, kiest ze voor een tus­sen­stap.

“Ik wil niet iets kie­zen om het kie­zen. Ik wil echt een wel­over­wo­gen beslis­sing maken.” Daar­om blijft ze voor­lo­pig bij BVAN. Hier onder­steunt ze onder ande­re bij inspec­ties, zoals het gro­te pro­ject voor de Rijks­uni­ver­si­teit Gro­nin­gen, en helpt ze met het voor­be­rei­den en uit­wer­ken van Inspec­tie­rap­por­ta­ges en brand­over­slag­be­re­ke­nin­gen

Een slim­me keu­ze: eerst erva­ring opdoen, daar­na ver­der spe­ci­a­li­se­ren.

 

Een onder­zoek met waar­de voor de prak­tijk

Met haar scrip­tie laat Iris zien hoe belang­rijk het is om niet alleen naar regel­ge­ving te kij­ken, maar juist naar de prak­tijk. Zeker in bestaan­de situ­a­ties ligt vaak de groot­ste uit­da­ging én de groot­ste winst. Of zoals ze het zelf samen­vat:

“Het zit hem niet in één oplos­sing, maar in slim­me com­bi­na­ties die wél haal­baar zijn.”